ECLI:NL:RVS:2019:4164
Raad van State
- Hoger beroep
- B.P.M. van Ravels
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek schadevergoeding na onrechtmatige schoolverwijdering minderjarige
De zaak betreft een verzoek om schadevergoeding van appellant, als wettelijke vertegenwoordiger van zijn minderjarige zoon, na onrechtmatige besluiten van de stichting Scholengroep Primato tot schorsing en verwijdering van de zoon van school in november 2015. De Afdeling bestuursrechtspraak had eerder de onrechtmatigheid van deze besluiten vastgesteld en de datum van verwijdering aangepast naar 3 december 2015.
Appellant vorderde vergoeding van materiële schade, zoals opgenomen verlofdagen voor opvang van zijn zoon en reiskosten, en immateriële schade wegens psychisch leed en sociale gevolgen voor zijn zoon en gezin. De stichting betwistte causaliteit en omvang van de schade.
De Afdeling oordeelde dat appellant onvoldoende bewijs leverde voor de gestelde materiële schade, zoals het niet aannemelijk maken van opgenomen verlofdagen of studievertraging. Kosten voor procedures en rechtsbijstand komen niet in aanmerking voor vergoeding via schadevergoeding, maar via proceskostenveroordeling. Voor immateriële schade ontbrak objectief bewijs van geestelijk letsel of aantasting van eer of goede naam.
Daarom wees de Afdeling het verzoek om schadevergoeding af en zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen wegens onvoldoende aannemelijkheid van schade en causaliteit.