ECLI:NL:RVS:2017:2629
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- M.G.J. Parkins-de Vin
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek uitstel uitzetting wegens medische situatie vreemdeling uit Armenië
De vreemdeling uit Armenië verzocht om uitstel van uitzetting op grond van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 vanwege haar medische situatie en de onbetaalbaarheid van haar medicatie in Armenië. De staatssecretaris wees dit verzoek af, gesteund op adviezen van het Bureau Medische Advisering (BMA) dat stelde dat het medicijn Colchicine in Armenië beschikbaar is en dat geen medische noodsituatie op korte termijn te verwachten is.
De rechtbank bevestigde dit standpunt en oordeelde dat de staatssecretaris niet verplicht was om de verklaringen van Armeense apothekers nader te verifiëren. De vreemdeling stelde dat het arrest Paposhvili van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) een uitgebreidere onderzoeksplicht oplegt, met name over de feitelijke toegankelijkheid van medische zorg in het land van herkomst.
De Raad van State overwoog dat het arrest Paposhvili inderdaad een hoge drempel stelt voor toepassing van artikel 3 EVRM Pro, waarbij sprake moet zijn van een reëel risico op ernstige, snelle en onomkeerbare achteruitgang van de gezondheid zonder adequate behandeling. De staatssecretaris hanteert een termijn van drie maanden voor het ontstaan van een medische noodsituatie, wat in lijn is met het arrest. De vreemdeling heeft niet voldoende bewijs geleverd dat het medicijn niet beschikbaar of niet toegankelijk is in Armenië.
De Raad van State concludeert dat de staatssecretaris voldoende onderzoek heeft verricht en dat de vreemdeling niet heeft voldaan aan haar bewijslast. Ook is geen aanleiding om een onafhankelijk deskundige te benoemen. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van het verzoek om uitstel van uitzetting bevestigd.