ECLI:NL:RBDHA:2018:3980
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag toepassing artikel 64 Vreemdelingenwet wegens ontbreken medische noodsituatie
Eiser, van Afghaanse nationaliteit, verzocht om toepassing van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000, dat bescherming biedt tegen uitzetting bij ernstige medische omstandigheden. Verweerder wees dit verzoek af op basis van een medisch advies van het Bureau Medische Advisering (BMA), dat concludeerde dat eiser kan reizen en bij terugkeer geen acute medische noodsituatie te verwachten is.
Eiser stelde dat verweerder onvoldoende had getoetst aan de criteria van het arrest Paposhvili van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens, waarin een hoge drempel wordt gesteld voor bescherming tegen uitzetting bij ernstige ziekte. De rechtbank oordeelde echter dat de beoordelingswijze van verweerder en BMA wel degelijk aansluit bij deze criteria en dat eiser de inhoud van het BMA-advies niet heeft bestreden.
De rechtbank verwees naar een eerdere uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State die bevestigt dat de drempel voor bescherming hoog is en dat er sprake moet zijn van een ernstig, snel en onomkeerbaar gezondheidsrisico. Dit was in het geval van eiser niet aangetoond. Het beroep is daarom ongegrond verklaard en er is geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de afwijzing van zijn aanvraag op grond van artikel 64 Vreemdelingenwet is ongegrond verklaard.