ECLI:NL:RVS:2017:2059
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- H. Troostwijk
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake niet-ontvankelijkheid asielaanvraag vreemdeling uit Afghanistan
De vreemdeling uit Afghanistan diende meerdere asielaanvragen in, waaronder een aanvraag op 1 februari 2017 die door de staatssecretaris niet-ontvankelijk werd verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen deze niet-ontvankelijkheid gegrond en bepaalde dat de staatssecretaris een nieuw besluit moest nemen. De staatssecretaris stelde hiertegen hoger beroep in bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelde dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat de staatssecretaris zich bij zijn besluitvorming over de geloofwaardigheid van de bekering van de vreemdeling onvoldoende had gemotiveerd. De staatssecretaris had namelijk uitvoerig beoordeeld of de vreemdeling nieuwe, overtuigende inzichten had gegeven over zijn bekering tot het christendom en de intensivering daarvan, en concludeerde dat dit niet het geval was.
De Raad van State verwees daarbij naar eerdere uitspraken, waaronder een arrest van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens, die de conclusies van de staatssecretaris en de bestuursrechter onderschrijven dat er geen reëel risico bestaat op een schending van artikel 3 EVRM Pro bij terugkeer naar Afghanistan. Gezien deze motivering verklaarde de Raad van State het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd en het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard.