ECLI:NL:RBDHA:2019:148
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing opvolgende asielaanvraag wegens ongeloofwaardige verdieping christelijk geloof
Eiser, een Iraanse nationaliteit, diende een tweede asielaanvraag in met het argument dat zijn christelijk geloof was verdiept. Hij overhandigde verklaringen van predikanten ter ondersteuning. De rechtbank overwoog dat verweerder de geestelijke vermogens van eiser adequaat had beoordeeld en dat eiser onvoldoende had aangetoond waarom zijn bekering voortgezet en verdiept zou zijn.
De rechtbank wees erop dat in eerdere procedures de bekering van eiser als ongeloofwaardig was beoordeeld en dat eiser in deze opvolgende aanvraag concreet moest maken hoe zijn geloofsproces zich had ontwikkeld. De verklaringen van predikanten boden onvoldoende nieuwe feiten of veranderde omstandigheden.
Verder stelde eiser dat het opgelegde inreisverbod in strijd was met artikel 8 EVRM Pro vanwege zijn gezinsleven in Nederland. De rechtbank oordeelde dat dit in een reguliere verblijfsprocedure beoordeeld moet worden en dat eiser een aanvraag daarvoor kan indienen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en handhaafde de niet-ontvankelijkheid van de aanvraag en het inreisverbod. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en handhaaft de niet-ontvankelijkheid van de asielaanvraag en het opgelegde inreisverbod.