ECLI:NL:RBDHA:2017:9200
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Tj. Gerbranda
- J.J.W.P. van Gastel
- J.H. van Breda
- Rechtspraak.nl
Vernietiging intrekking verblijfsvergunning na 31 jaar verblijf wegens onvoldoende motivering
Eiser verblijft sinds 1985 rechtmatig in Nederland en heeft een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd. Verweerder heeft deze vergunning ingetrokken en een inreisverbod opgelegd vanwege meerdere veroordelingen voor diverse misdrijven, met een totale gevangenisstraf van 78 maanden.
De rechtbank overweegt dat verweerder onvoldoende heeft gemotiveerd welk gewicht moet worden toegekend aan het lange verblijf van eiser in Nederland. Het arrest Gezginci, waarop verweerder zich beroept, is minder relevant omdat een deel van het verblijf in die zaak niet rechtmatig was, terwijl eiser sinds zijn jeugd rechtmatig verblijft en geen banden met zijn land van herkomst onderhoudt.
Verder is van belang dat de recente misdrijven van eiser een lichter karakter hebben, met name winkeldiefstal, en dat er geen duidelijke toename is in ernst. De banden met Nederland, vooral met zijn familie die hem vanwege psychische problemen begeleidt, zijn hecht. Verweerder heeft onvoldoende aangetoond dat de begeleiding in Marokko kan plaatsvinden.
Daarom oordeelt de rechtbank dat de intrekking van de verblijfsvergunning een disproportionele inbreuk vormt op het recht op eerbiediging van het privéleven van eiser. Het beroep wordt gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en een voorlopige voorziening getroffen om uitzetting te voorkomen totdat een nieuwe beslissing is genomen.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot intrekking van de verblijfsvergunning wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering van de proportionaliteit.