ECLI:NL:RVS:2017:1225
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring beroep wegens misbruik van recht bij Wob-verzoek verkeersboete
Verzoeker had bij de minister een Wob-verzoek ingediend om informatie te verkrijgen over een opgelegde verkeersboete, waaronder documenten over bevoegdheid en bekwaamheid van ambtenaren en ijkrapporten van meetapparatuur. De minister had dit verzoek deels toegewezen en deels doorgezonden, maar verklaarde het bezwaar van verzoeker tegen het besluit niet-ontvankelijk omdat het geen besluit in de zin van de Awb zou betreffen.
De rechtbank oordeelde dat het bezwaar wel ontvankelijk was en verklaarde het beroep gegrond, maar de minister stelde hiertegen hoger beroep in. De Afdeling bestuursrechtspraak heeft in hoger beroep geoordeeld dat de gemachtigde van verzoeker, die beroepsmatig vele procedures voert en een algemene machtiging had, misbruik van recht heeft gemaakt door bewust de Wob te gebruiken om dwangsommen en proceskostenvergoedingen te verkrijgen, terwijl de informatie ook op grond van andere bestuursrechtelijke bepalingen had kunnen worden opgevraagd.
De Afdeling stelde vast dat het beroep mede vanwege de vaagheid van de verzoeken en het procesgedrag van de gemachtigde was gericht op het onnodig bemoeilijken van besluitvorming en het incasseren van kosten ten laste van de overheid. Daarom verklaarde de Afdeling het beroep niet-ontvankelijk wegens misbruik van recht en vernietigde de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van verzoeker wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens misbruik van recht.