ECLI:NL:RVS:2015:1824
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep wegens misbruik van recht bij Wob-verzoek inzake verkeersboete
Appellant diende een Wob-verzoek in voor documenten over een aan hem opgelegde verkeersboete, met als doel het aanvechten van die boete. De minister wees het verzoek gedeeltelijk af en verklaarde het bezwaar ongegrond. De rechtbank verklaarde het beroep tegen het niet tijdig beslissen niet-ontvankelijk, maar vernietigde het besluit voor zover de minister het verzoek niet doorzond naar het bevoegde bestuursorgaan en dwangsommen niet vaststelde.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het verzoek om informatie bewust op de Wob was gebaseerd, ondanks dat appellant ook op grond van de Awb en Wahv stukken had kunnen opvragen. Het procesgedrag van de gemachtigde van appellant, waaronder het richten van correspondentie aan verkeerde adressen en het vragen om documenten die niet onder de minister berusten, duidde op misbruik van recht met het oogmerk dwangsommen te incasseren.
Hierdoor werd het hoger beroep van appellant niet-ontvankelijk verklaard wegens misbruik van recht. Het incidenteel hoger beroep van de minister werd gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en de beroepen tegen het niet tijdig beslissen en het besluit op bezwaar niet-ontvankelijk verklaard. Een proceskostenveroordeling werd niet uitgesproken.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellant wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens misbruik van recht en de uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd.