ECLI:NL:RVS:2017:1171
Raad van State
- Hoger beroep
- B.J. van Ettekoven
- W. Sorgdrager
- G.T.J.M. Jurgens
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vernietiging omgevingsvergunning wegens onvoldoende geuronderzoek en niet-naleving BREF
Het college van gedeputeerde staten van Limburg verleende op 6 mei 2014 een omgevingsvergunning aan [appellante sub 1] voor het veranderen en in werking hebben van een inrichting te Panningen, waaronder het drogen van beenderen. Diverse omwonenden en bedrijven stelden beroep in tegen dit besluit vanwege geuroverlast.
De rechtbank Limburg vernietigde het besluit op 6 augustus 2015, voornamelijk omdat het geuronderzoek onvoldoende was en niet voldaan werd aan de beste beschikbare technieken (BBT) zoals neergelegd in het BREF-document. Zowel [appellante sub 1] als het college stelden hoger beroep in, maar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State bevestigde de vernietiging.
De Afdeling oordeelde dat de rechtbank terecht de Stichting Advisering Bestuursrechtspraak (StAB) als deskundige had ingeschakeld en dat de aangevoerde bezwaren tegen het geuronderzoek en de toepasselijkheid van de RIE en BREF niet slaagden. Ook werd vastgesteld dat de vergunning onvoldoende duidelijkheid bood over de bedrijfsduur van de brooddroger en dat diffuse emissies onvoldoende waren meegenomen.
Het college werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan diverse partijen. De Afdeling bepaalde dat het college een nieuw besluit moet nemen, waarbij onder meer de aanvraag verduidelijkt moet worden en de BBT uit het BREF in acht moeten worden genomen. De wijziging van het Activiteitenbesluit per 1 januari 2016 sluit het stellen van geurvoorschriften niet uit.
Uitkomst: De vernietiging van de omgevingsvergunning wordt bevestigd en het college wordt veroordeeld tot proceskostenvergoeding.