ECLI:NL:RVS:2016:475
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- E. Steendijk
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Bevestiging matiging boetes voor overtredingen Wet arbeid vreemdelingen
De minister legde aan [appellante] meerdere boetes op wegens veertien overtredingen van artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav). De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep van [appellante] gegrond, vernietigde de boetebesluiten deels en matigde de boetes tot in totaal € 21.600. [appellante] ging in hoger beroep tegen deze uitspraak.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State behandelde het hoger beroep en oordeelde dat het bewijs van de minister, bestaande uit ambtseedelijk opgemaakte boeterapporten en getuigenverklaringen, voldoende was om vast te stellen dat vreemdelingen zonder tewerkstellingsvergunning arbeid hadden verricht voor [appellante]. Verweren over onrechtmatig bewijs werden verworpen.
Verder werd geoordeeld dat de rechtbank terecht de boetes met 75% had gematigd vanwege de inspanningen van [appellante] ter voorkoming van overtredingen, zowel voorafgaand als na de constatering ervan. Argumenten voor een nihilstelling van de boetes werden niet gevolgd. Ook de matiging wegens overschrijding van de redelijke termijn met 10% werd bevestigd. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de matiging van de boetes met 75% en wijst het hoger beroep van [appellante] af.