ECLI:NL:RVS:2016:439
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering inschrijving op briefadres wegens woonadres en onvoldoende inlichtingen
Appellant verzocht om verlenging van zijn inschrijving op een briefadres bij het college van burgemeester en wethouders van Almere. Het college wees dit verzoek af omdat appellant volgens hen over een woonadres beschikt. Appellant maakte bezwaar, dat ongegrond werd verklaard, waarna hij beroep instelde bij de rechtbank. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond omdat het college onvoldoende informatie had om te concluderen dat appellant geen woonadres had.
In hoger beroep betoogde appellant dat het college ten onrechte aannam dat hij over een woonadres beschikt en dat hij wel voldoende informatie had verstrekt over zijn verblijfplaatsen. De Raad van State overwoog dat het oordeel van de rechtbank dat het college onvoldoende informatie had om te concluderen dat appellant een woonadres had, niet was bestreden en daarom als juist moet worden aangenomen.
Verder stelde de Raad vast dat het college in de bezwaarprocedure een tweede motivering had gegeven dat appellant onvoldoende inlichtingen had verstrekt, maar hem niet voorafgaand aan het besluit op bezwaar had gewezen op deze tekortkoming en hem niet expliciet de gelegenheid had gegeven dit te herstellen. Dit gebrek leidde echter niet tot vernietiging van de uitspraak omdat appellant hierdoor niet is benadeeld, gelet op de verstrekte informatie en zijn zwervende bestaan.
De Raad van State bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt dat appellant geen recht heeft op inschrijving op een briefadres vanwege het bestaan van een woonadres en onvoldoende verstrekte inlichtingen.