ECLI:NL:RVS:2015:866
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering inschrijving op briefadres wegens onvoldoende verblijfplaatsinformatie
Appellant verzocht het college van burgemeester en wethouders van Almere om inschrijving op een briefadres, wat door het college op 25 november 2013 werd geweigerd. Het bezwaar tegen deze weigering werd op 25 april 2014 ongegrond verklaard en de voorzieningenrechter bevestigde dit op 22 juli 2014. Appellant stelde dat hij voldoende informatie had verstrekt over zijn verblijfplaatsen, waaronder illegaal overnachten in tuinhuisjes, en dat hij als stadsnomade moest worden aangemerkt.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State overwoog dat het doel van de Wet basisregistratie personen (Wet brp) is dat de geregistreerde gegevens betrouwbaar zijn en dat het woonadres de feitelijke verblijfplaats moet weerspiegelen. Omdat appellant onvoldoende concrete informatie gaf over zijn verblijfplaatsen, kon het college niet vaststellen of hij recht had op een briefadres. Het argument van appellant dat hij niet kon aangeven waar hij illegaal verbleef, werd niet gevolgd omdat het college deze informatie nodig had om de juistheid van het verzoek te beoordelen.
Verder oordeelde de Afdeling dat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat hij een stadsnomade was, omdat het college niet kon vaststellen of hij een vast woonadres had. Ook het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalde omdat appellant geen vergelijkbare gevallen aannemelijk maakte. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de uitspraak van de voorzieningenrechter bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering tot inschrijving op het briefadres bevestigd.