ECLI:NL:RVS:2016:3513
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H. Troostwijk
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Vreemdelingenrechtelijke beoordeling geloofwaardigheid bekering en asielaanvraag uit Afghanistan
De staatssecretaris wees op 15 augustus 2014 de asielaanvragen van de vreemdelingen af en vaardigde een inreisverbod uit. De rechtbank verklaarde deze beroepen gegrond en vernietigde de besluiten, waarna de staatssecretaris hoger beroep instelde.
De Raad van State beoordeelde of de staatssecretaris de geloofwaardigheid van de bekering van vreemdeling 1 tot het christendom deugdelijk had gemotiveerd. De Afdeling stelde vast dat de verklaringen over de bekering vaag en summier waren, met onvoldoende concrete toelichting over het proces en de motieven van de bekering. Ook aanvullende stukken konden deze onduidelijkheden niet wegnemen.
Verder werd geoordeeld dat de situatie in Afghanistan, inclusief de provincie Ghazni, niet uitzonderlijk is in de zin van artikel 29 Vreemdelingenwet Pro 2000. De vreemdelingen, als Hazara en vanwege de bekering, konden geen gegronde vrees voor vervolging of onmenselijke behandeling aannemelijk maken.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde de beroepen ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt gegrond verklaard en de asielaanvragen worden afgewezen wegens ongeloofwaardige bekering.