ECLI:NL:RVS:2014:477
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- G. van der Wiel
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak voorzieningenrechter en ongegrond verklaring beroep vreemdeling tegen afwijzing verblijfsvergunning
De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie heeft op 19 augustus 2013 een aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen afgewezen en geweigerd om ambtshalve een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen. De voorzieningenrechter had het beroep van de vreemdeling tegen dit besluit gegrond verklaard en het besluit vernietigd. De staatssecretaris stelde hiertegen hoger beroep in.
In hoger beroep betoogde de staatssecretaris dat de verklaring van het districtshoofd en de korpschef van Deh Yak, overgelegd door de vreemdeling, niet als nieuw feit kon worden aangemerkt omdat deze ongedateerd was en daardoor niet kon worden vastgesteld of deze eerder had kunnen worden overgelegd. De Afdeling stelde vast dat de voorzieningenrechter dit niet had onderkend en vernietigde de uitspraak van de voorzieningenrechter.
De Afdeling oordeelde verder dat de vreemdeling geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden had aangevoerd die rechtvaardigen dat het besluit van 19 augustus 2013 opnieuw wordt getoetst. De eerdere asielprocedure had het asielrelaas van de vreemdeling als ongeloofwaardig bestempeld en de overgelegde stukken toonden geen relevante wijziging in de veiligheidssituatie in Afghanistan of in de provincie Ghazni. Ook het argument dat er geen adequate opvang voor minderjarigen in Afghanistan is, werd niet als nieuw feit erkend.
Daarom verklaarde de Afdeling het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de voorzieningenrechter en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling tegen de afwijzing van zijn verblijfsvergunning wordt ongegrond verklaard.