ECLI:NL:RVS:2016:3079
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- N. Verheij
- C.M. Wissels
- Rechtspraak.nl
Vaststelling geen recht op schadevergoeding wegens teveel betaalde leges bij verblijfsvergunning Japanse onderdaan
De staatssecretaris weigerde aanvankelijk een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd aan de Japanse vreemdeling, waarna bezwaar werd gemaakt en de vergunning alsnog werd verleend met een legesheffing van € 861,00. De rechtbank oordeelde dat de leges onrechtmatig waren geheven omdat de vreemdeling zich op het Nederlands-Zwitsers Tractaat kon beroepen, dat Zwitserland als meestbegunstigde natie aanmerkt, en kende een schadevergoeding toe.
De staatssecretaris stelde in hoger beroep dat het Tractaat geen gunstige regeling over leges bevat en dat de vreemdeling zich niet op de Overeenkomst tussen de EU en Zwitserland kon beroepen. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het Tractaat sinds de inwerkingtreding van de Overeenkomst geen verblijfsrechtelijke betekenis meer heeft en dat Japanse onderdanen zich niet op het Tractaat kunnen beroepen in het kader van de meestbegunstigingsclausule.
De Afdeling vernietigde daarom het deel van de uitspraak van de rechtbank dat de schadevergoeding toekende en wees het verzoek af. Het incidenteel hoger beroep van de vreemdeling en referent werd ongegrond verklaard. De staatssecretaris werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van € 1.984,00.
Uitkomst: Het verzoek om schadevergoeding wegens teveel betaalde leges wordt afgewezen en de uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd voor zover het de schadevergoeding betreft.