ECLI:NL:RVS:2016:2839
Raad van State
- Hoger beroep
- A.W.M. Bijloos
- E. Helder
- J.W. van de Gronden
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit Belastingdienst wegens discriminatie bij toeslagberekening na scheiding
In deze zaak heeft de Belastingdienst/Toeslagen de zorgtoeslag, huurtoeslag en het kindgebonden budget over 2013 voor appellante definitief vastgesteld en een bedrag van € 2.096,00 aan teveel ontvangen voorschotten teruggevorderd. De toeslagberekening hield rekening met het inkomen van haar voormalige toeslagpartner, ondanks dat deze na de scheiding een inkomensstijging heeft genoten waarvan appellante niet heeft geprofiteerd.
Appellante stelde dat deze wijze van berekening een ongerechtvaardigd onderscheid vormt en in strijd is met het discriminatieverbod van artikel 26 IVBPR Pro. De rechtbank oordeelde echter dat de Belastingdienst terecht het jaarinkomen van de toeslagpartner in aanmerking had genomen.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft het hoger beroep gegrond verklaard en het onderscheid als ongerechtvaardigd beoordeeld. De Afdeling verwijst naar eerdere jurisprudentie waarin een vergelijkbare situatie werd beoordeeld en concludeert dat het in aanmerking nemen van een inkomensstijging na beëindiging van het partnerschap niet proportioneel is en daarmee in strijd met het discriminatieverbod. Het besluit van de Belastingdienst wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor een nieuwe beslissing met inachtneming van deze overwegingen.
Uitkomst: Het besluit van de Belastingdienst/Toeslagen wordt vernietigd wegens strijd met het discriminatieverbod en de zaak wordt terugverwezen voor een nieuwe beslissing.