ECLI:NL:RVS:2017:525
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- A.B.M. Hent
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Bevestiging besluit Belastingdienst over huurtoeslag en jaarinkomen medebewoner
De zaak betreft het hoger beroep van appellant tegen de uitspraak van de rechtbank Limburg die het bezwaar tegen het besluit van de Belastingdienst/Toeslagen ongegrond verklaarde. De Belastingdienst had het voorschot huurtoeslag over 2015 vastgesteld op basis van het gezamenlijke toetsingsinkomen van appellant en haar zoon, die tot 5 mei 2015 als medebewoner stond ingeschreven in de Basisregistratie Personen (BRP).
Appellant voerde aan dat haar zoon al medio maart 2015 was vertrokken en dat alleen het inkomen tijdens het medebewonerschap in aanmerking had moeten worden genomen. Tevens stelde zij dat het meenemen van het volledige jaarinkomen in strijd was met het discriminatieverbod van artikel 26 IVBPR Pro en dat de hardheidsclausule toegepast had moeten worden vanwege haar financiële problemen.
De Raad van State oordeelde dat de inschrijving in de BRP het uitgangspunt is voor het bepalen van medebewoners en dat appellant niet had aangetoond dat deze inschrijving onjuist was. Het geschatte jaarinkomen van de zoon moest derhalve volledig worden meegenomen. Het beroep op het discriminatieverbod faalde omdat de situatie van appellant niet vergelijkbaar was met eerdere uitspraken waarin onderscheid werd gemaakt. Ook de hardheidsclausule en het vertrouwensbeginsel boden geen grond voor vernietiging. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.