ECLI:NL:RVS:2016:2031
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkverklaring beroep wegens onbekendheid identiteit eisers
Het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam verleende op 5 februari 2014 een omgevingsvergunning aan Watersportvereniging Aegir voor het plaatsen van vlaggenmasten en handelsreclame op een perceel te Rotterdam. Na diverse besluiten en bezwaarprocedures verklaarde de rechtbank Rotterdam het beroep van appellant A niet-ontvankelijk omdat de identiteit van de andere belanghebbenden die appellant A vertegenwoordigde niet binnen de beroepstermijn kenbaar was geworden.
Appellant A en anderen stelden dat de rechtbank ten onrechte het beroep van mede-eisers niet-ontvankelijk had verklaard, onder meer omdat de namen van deze eisers in bijlagen bij het beroepschrift stonden en omdat de rechtbank een ontvangstbevestiging had gestuurd waarin herstel mogelijk werd geacht. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de identiteit van de mede-eisers niet tijdig kenbaar was en dat dit niet hersteld kon worden, omdat de wet vereist dat de identiteit van alle eisers binnen de beroepstermijn bekend moet zijn.
De Afdeling bevestigde daarmee de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep wordt bevestigd.