ECLI:NL:RBGEL:2025:9837

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
20 november 2025
Publicatiedatum
19 november 2025
Zaaknummer
ARN 24/1701 en 23/4489
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Omgevingsvergunningen voor het bouwen van een zwembad en het kappen van bomen op camping terrein

In deze uitspraak van de Rechtbank Gelderland, gedateerd 20 november 2025, worden twee procedures behandeld met betrekking tot omgevingsvergunningen voor het bouwen van een buiten- en binnenzwembad en het kappen van bomen op het terrein van een camping. De rechtbank oordeelt dat in de bezwaarfase de identiteit van de bezwaarmakers niet tijdig is kenbaar gemaakt, wat leidt tot een onherstelbaar vormgebrek. Hierdoor zijn de bezwaarschriften niet-ontvankelijk verklaard. Het college heeft de bezwaarmakers, hoewel op andere gronden, terecht niet-ontvankelijk verklaard, waardoor het beroep ongegrond is. Daarnaast zijn enkele eisers vertrokken van de camping, waardoor zij geen procesbelang meer hebben. Het beroep namens hen is eveneens niet-ontvankelijk verklaard. In de procedure tegen de omgevingsvergunning voor het bouwen van het zwembad is de identiteit van de bezwaarmakers ook pas na de bezwaarschriftentermijn bekendgemaakt. De rechtbank oordeelt dat het college een van de eisers ten onrechte ontvankelijk heeft verklaard, waardoor het beroep van deze eiseres gegrond is. De rechtbank vernietigt de beslissing op bezwaar en voorziet zelf in de zaak, waarbij het bezwaarschrift van de eiseres niet-ontvankelijk wordt verklaard. De rechtbank kent geen proceskosten toe, omdat er geen sprake is van beroepsmatige rechtsbijstand. De uitspraak benadrukt het belang van tijdige bekendmaking van de identiteit van bezwaarmakers in bestuursrechtelijke procedures.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Zittingsplaats Arnhem
Bestuursrecht
zaaknummers: ARN 24/1701 en 23/4489

uitspraak van de enkelvoudige kamer van

in de zaken tussen
In procedure 23/4489:
[eiser 1], uit [plaats 1] ,
[familie 1], uit [plaats 2] ,
[eiser 2], uit [plaats 3] ,
[eiser 3], uit [plaats 4] ,
[eiseres 1] en [eiser 4], uit [plaats 5] ,
[eiser 5], uit [plaats 6] ,
[eiseres 2] en [eiser 6], uit [plaats 4] ,
[eiser 7], uit [plaats 7] ,
[eiser 8], uit [plaats 8] ,
[eiser 9], uit [plaats 9] ,
[eiser 10], uit [plaats 10] ,
[eiser 11], uit [plaats 11] ,
[familie 2], uit [plaats 12] ,
[eiser 12], uit [plaats 10]
[familie 3], uit [plaats 13] ,
[eiser 13], uit [plaats 14] ,
[eiseres 3], uit [plaats 15] ,
[eiser 14], uit [plaats 16] , eisers I
(gemachtigde: [gemachtigde])
In procedure 24/1701:
[eiseres 2], uit [plaats 4] ,
[eiser 3], uit [plaats 4] ,
[eiser 5], uit [plaats 6] ,
[eiser 4], uit [plaats 5],
[eiseres 1], uit [plaats 5],
[eiser 11], uit [plaats 11] ,
[eiser 12], uit [plaats 10] ,
[eiseres 4], uit [plaats 14] ,
[eiser 15], uit [plaats 17],
[familie 4], uit [plaats 18], eisers II
(gemachtigde: [gemachtigde])
en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Elburg

(gemachtigden: H. Deenen, A.L. Leffing en A. van der Werf).

Als derde-partij neemt aan de zaak deel: [derde-partij] B.V. uit [plaats 16]

(gemachtigde: mr. E.T. de Jong).

Samenvatting

1. Deze uitspraak gaat over een verleende omgevingsvergunning voor het bouwen van een buiten- en binnenzwembad en een omgevingsvergunning voor het kappen van bomen. Beide omgevingsvergunningen zien op het terrein van camping [naam camping] in [plaats 19]. Eisers zijn het niet eens met de verlening van de omgevingsvergunningen en voeren daartoe een aantal beroepsgronden aan.
1.1.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat niet toegekomen kan worden aan een inhoudelijke beoordeling van de aangevoerde beroepsgronden. Dit komt omdat in de bezwaarfase voor beide omgevingsvergunningen niet tijdig is aangegeven namens wie er bezwaar is ingesteld. Daarom hadden de bezwaarschriften die namens eisers zijn ingediend geheel niet-ontvankelijk moeten worden verklaard. Dit betekent dat in beroep niet aan de inhoud van de beroepsgronden toegekomen kan worden. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
1.2.
Onder 2 staat het procesverloop in deze zaak. Onder 3 volgt de beoordeling door de rechtbank. Aan het eind van de uitspraak staat de beslissing van de rechtbank en de gevolgen daarvan.

Procesverloop

Omgevingsvergunning kappen 23/4489
2. Op 12 september 2022 is namens de derde-partij een omgevingsvergunning aangevraagd voor het kappen van 5 coniferen, 23 sparren, 55 grove dennen en 4 berken op het terrein van camping [naam camping] aan de [locatie] in [plaats 19].
2.1.
Het college heeft de gevraagde omgevingsvergunning op 3 november 2022 verleend.
2.2.
Tegen de verleende omgevingsvergunning is een bezwaarschrift ingediend namens meerdere mensen.
2.3.
In de beslissing op bezwaar van 30 mei 2023 zijn de bezwaarschriften van een deel van de bezwaarmakers niet-ontvankelijk verklaard en de bezwaarschriften van de andere bezwaarmakers ontvankelijk maar ongegrond.
2.4.
Eisers I hebben beroep ingesteld tegen de beslissing op bezwaar van 30 mei 2023.
Omgevingsvergunning bouwen 24/1701
2.5.
Op 29 september 2022 is door de derde-partij een omgevingsvergunning aangevraagd voor het bouwen van een buiten- en binnenzwembad met verschuifbare overkapping en het uitbreiden van de sanitaire ruimte en installatieruimte op het terrein van camping [naam camping]. [1]
2.6.
Het college heeft de gevraagde omgevingsvergunning op 31 januari 2023 verleend.
2.7.
Tegen de verlening van de omgevingsvergunning is een bezwaarschrift ingediend namens meerdere mensen.
2.8.
Eiseres [eiseres 2] en een aantal van eisers II heeft hangende de bezwaarprocedure een verzoek om een voorlopige voorziening ingediend. De voorzieningenrechter van de rechtbank Gelderland heeft op 12 april 2023 het verzoek afgewezen. [2]
2.9.
In de beslissing op bezwaar van 6 februari 2024 zijn de bezwaarschriften van een deel van de bezwaarmakers niet-ontvankelijk verklaard en de bezwaarschriften van de andere bezwaarmakers ontvankelijk en gegrond. Het college heeft de omgevingsvergunning echter in stand gelaten met een aanvulling en een nadere motivering.
2.10.
Eisers II hebben beroep ingesteld tegen de beslissing op bezwaar van 6 februari 2024.
2.11.
Het college heeft in beide procedures een verweerschrift ingediend.
2.12.
De rechtbank heeft de beroepen op 3 oktober 2025 op dezelfde zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: Eiseres [eiseres 2] met gemachtigde. Namens het college: H. Deenen, A.L. Leffing en A. van der Werf en namens de derde-partij: [persoon A] met gemachtigde.

Beoordeling door de rechtbank

3. De rechtbank realiseert zich dat eisers hadden gehoopt op een inhoudelijk oordeel in de voorliggende procedures. Om tot een inhoudelijk oordeel te komen dient een bezwaarschrift en een beroepschrift echter aan bepaalde voorwaarden te voldoen op grond van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) en de jurisprudentie. De rechtbank zal hieronder uitleggen waarom niet tot een inhoudelijk oordeel gekomen kan worden.
Ontvankelijkheid van partijen in bezwaar en beroep.
4. De derde-partij heeft ter zitting aangevoerd dat in de bezwaarfase van beide procedures, de indiener van het bezwaarschrift, mr. E.C. Voskamp, ten onrechte na afloop van de bezwaarschriftentermijn in de gelegenheid is gesteld om de namen en machtigingen van degenen voor wie zij de bezwaarschriften zou hebben ingediend kenbaar te maken. Volgens de derde-partij hadden deze namen binnen de bezwaarschriftentermijn ingediend moeten worden. Nu dat niet is gebeurd hadden de bezwaarschriften voor zover ingediend door de later aangegeven bezwaarmakers niet-ontvankelijk moeten worden verklaard. Daarnaast heeft gemachtigde van de derde-partij aangevoerd dat eiseres [eiseres 2] de enige is die tijdig beroep heeft ingesteld in de procedure tegen de omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen. Omdat de derde-partij dit punt heeft aangevoerd zal de rechtbank deze punten moeten beoordelen. Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: Afdeling) van 22 mei 2024. [3]
4.1.
Het college heeft ter zitting aangegeven dat in beide procedures ten onrechte na afloop van de bezwaarschriftentermijn om aanvullende gegevens is gevraagd over de bezwaarmakers waarvoor opgekomen zou worden.
4.2.
Vaste rechtspraak van de Afdeling is dat tijdens de bezwaar- of beroepstermijn kenbaar moet zijn wie bezwaar of beroep heeft ingesteld. De omstandigheid dat bezwaar of beroep wordt ingesteld namens een persoon of personen van wie tijdens de beroepstermijn de identiteit niet kenbaar is, kan niet worden beschouwd als een vormverzuim dat op grond van artikel 6:6 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) kan worden hersteld. In dat geval staat tijdens de bezwaartermijn of de beroepstermijn immers in het geheel nog niet vast wie beroep heeft willen instellen. De artikelen 6:5 en 6:6 van de Awb strekken er niet toe het mogelijk te maken beroep in te stellen namens nog onbekende personen. [4]
Omgevingsvergunning kappen bomen 23/4489
Ontvankelijkheid in bezwaar
5. Het college heeft op 3 november 2022 de omgevingsvergunning voor de activiteit het kappen van bomen verleend. Op 15 december 2022 heeft mr. E.C. Voskamp als bestuurslid van de Stichting Recreantenrecht een bezwaarschrift ingediend namens een aantal vaste gasten van camping [naam camping], waarbij niet is aangegeven om wie het gaat. De commissie bezwaarschriften heeft Voskamp vervolgens (maar ook al na het verstrijken van de bezwaartermijn) een termijn gegeven tot en met 20 januari 2023 om alsnog de identiteit van de bezwaarmakers bekend te maken en de daarmee samenhangende machtigingen tot het instellen van bezwaar te overleggen. Binnen deze gegeven hersteltermijn heeft Voskamp in de brief van 4 januari 2023 een lijst overgelegd met de namen en adressen van 5 vaste gasten (recreanten) van Camping [naam camping], die zij in deze bezwaarprocedure tegen de omgevingsvergunning voor de kap van bomen vertegenwoordigt. Daarnaast is bij e-mail van 26 maart 2023 nog een lijst met aanvullende namen van bezwaarmakers ingediend.
5.1.
De commissie voor de bezwaarschriften heeft in haar advies van 10 mei 2023 overwogen dat zij eigenlijk geen termijn had moeten bieden om alsnog de identiteit van de bezwaarmakers bekend te maken. Aangezien ze dat wel had gedaan heeft de commissie de vijf bezwaarmakers die binnen die termijn bekend waren gemaakt toch ontvankelijk verklaard, vanwege het vertrouwensbeginsel. Drie van hen hadden echter pas sinds enkele jaren een vaste staanplaats, waarmee ze naar het oordeel van de commissie een onvoldoende persoonlijk belang hadden. Om die reden zijn deze drie bezwaarmakers alsnog niet-ontvankelijk verklaard. Ook de bezwaarmakers die pas in de e-mail van 26 maart 2023 werden genoemd heeft de commissie niet-ontvankelijk verklaard, omdat hun namen niet binnen de gegunde termijn zijn genoemd. In de beslissing op bezwaar van 30 mei 2023 heeft het college dit advies gevolgd:
“Wij besluiten dan ook om het advies van de commissie voor de bezwaarschriften over te
nemen en met toepassing van dit advies:
1. De volgende personen niet-ontvankelijk te verklaren in hun bezwaar:
- [eiseres 1] , [eiser 4] , [eiser 10] , [familie 5], [eiser 2] , [eiser 8] , [familie 6], [familie 3] , [eiser 9] , [eiser 1] , [familie 7], [familie 8] en [familie 1] (vanwege het ver buiten de bezwaartermijn bekend worden van hun namen).
- [eiser 3] , [eiseres 2] en [eiser 7] (vanwege het ontbreken van een persoonlijk belang bij het bestreden besluit omdat zij nog maar relatief kort een standplaats huren op Camping [naam camping]);
2. De bezwaarmakers [familie 2] en [eiser 12] ontvankelijk te verklaren in hun bezwaar;
3. Het bezwaarschrift ongegrond te verklaren;”
5.2.
De rechtbank stelt als eerste vast dat niet in geschil is dat [familie 2] en [eiser 12] , [eiser 3] , de [familie 3] en [eiser 7] niet langer een jaarplaats op de camping hebben. Dit betekent dat zij geen procesbelang meer hebben bij de voorliggende procedure. De rechtbank zal het beroep in zoverre niet-ontvankelijk verklaren. Verder stelt de rechtbank vast dat in het beroep niet wordt ingegaan op de niet-ontvankelijkverklaring van de personen wier namen pas na het verstrijken van de gegeven hersteltermijn bekend zijn geworden. Hun beroepen zijn dus ongegrond.
Dit betekent dat het beroep alleen maar ziet op de vraag of het college eiseres [eiseres 2] terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard.
5.3.
Zoals hiervoor onder 4.1. al overwogen, is de omstandigheid dat het bezwaarschrift is ingesteld namens personen van wie tijdens de beroepstermijn de identiteit niet kenbaar is gemaakt, een vormverzuim dat niet kan worden hersteld. Dat de commissie bezwaarschriften gemachtigde daartoe wel de gelegenheid heeft geboden maakt dat niet anders. Zeker nu in dit geval sprake is van een derde-partij die belang heeft bij duidelijkheid en mag uitgaan van geldende termijnen, kan een dergelijk verzuim ook niet worden gepasseerd op grond van ten onrechte gewekt vertrouwen. Dit houdt in dat de bezwaren van alle na afloop van de bezwaarschriftentermijn bekend gemaakte bezwaarmakers reeds daarom niet-ontvankelijk waren, ook die van eiseres [eiseres 2]. Om die reden is het beroep van [eiseres 2] tegen de niet-ontvankelijkverklaring van haar bezwaar ongegrond. De rechtbank komt gelet op dit oordeel niet meer toe aan de vraag of een jaarplaatshouder pas na enkele jaren als belanghebbende kan worden aangemerkt.
Bouwvergunning zwembad 24/1701
Ontvankelijkheid in beroep
6. Eiseres [eiseres 2] heeft op 21 maart 2024 beroep ingesteld tegen de beslissing op bezwaar van 8 februari 2024. In het beroepschrift heeft eiseres aangekondigd dat zij niet alleen voor zichzelf maar ook voor anderen opkomt. Na afloop van de beroepstermijn heeft eiseres op 17 en 18 april 2024 de namen en gegevens ingediend van andere jaargasten die ook aan het beroep willen deelnemen.
6.1.
Zoals hiervoor is overwogen dienen de namen van deelnemers aan een beroep voor het einde van de beroepstermijn kenbaar te zijn. Nu eiseres de aanvullende namen na afloop van de beroepstermijn heeft verstrekt is zij de enige die binnen de beroepstermijn beroep heeft ingesteld. Dit is een, na afloop van de termijn voor het instellen van het rechtsmiddel, niet meer te herstellen gebrek. Het beroep voor zover ingediend namens anderen dan eiseres [eiseres 2] wordt daarom niet-ontvankelijk verklaard. Dit betekent dat de beoordeling van de voorvraag van de derde-partij en het college alleen gekeken hoeft te worden naar de ontvankelijkheid van eiseres [eiseres 2] in de bezwaarfase.
Ontvankelijkheid in bezwaar
6.2.
Het college heeft op 31 januari 2023 de omgevingsvergunning verleend. Op 15 maart 2023 is door mr. E.C. Voskamp een bezwaarschrift ingediend, wederom mede namens een aantal niet nader genoemde vaste gasten van camping [naam camping].
Daarnaast is door eiseres [eiseres 2] en een aantal van eisers II op 20 maart 2023 een verzoek om een voorlopige voorziening ingediend. De voorzieningenrechter van de rechtbank Gelderland heeft dit verzoek in de uitspraak van 12 april 2023 [5] afgewezen, en daarbij overwogen dat de termijn voor het indienen van bezwaarschrift liep tot 17 maart 2023. De rechtbank stelt dan ook vast dat het bezwaarschrift van Voskamp binnen de termijn is ingediend, maar ook in dit geval was daarbij niet kenbaar gemaakt namens wie zij bezwaar maakte. Dit kon voor het eerst worden afgeleid uit het verzoek om een voorlopige voorziening te treffen maar dat verzoek dateerde van na de bezwaartermijn. Ook in dit geval heeft de commissie bezwaarschriften Voskamp een termijn gegeven om alsnog de identiteit van de bezwaarmakers bekend te maken en de daarmee samenhangende machtigingen tot het instellen van bezwaar te overleggen. Binnen deze gegeven hersteltermijn, te weten bij e-mail van 8 april 2023, heeft mevrouw Voskamp een lijst overgelegd met de namen en adressen van 5 vaste gasten (recreanten) van Camping [naam camping], die zij in deze bezwaarprocedure tegen de omgevingsvergunning voor de bouw van het zwembad vertegenwoordigt. Op deze lijst staat ook de naam van eiseres [eiseres 2]. In het advies van de commissie bezwaarschriften van 18 december 2023 wordt overwogen dat ten onrechte een hersteltermijn is geboden, maar dat het bezwaar van onder andere eiseres [eiseres 2] wel ontvankelijk wordt verklaard vanwege het vertrouwensbeginsel. In dit advies, dat door het college is gevolgd, wordt niet aan eiseres [eiseres 2] tegengeworpen dat zij nog niet lang genoeg een standplaats heeft. Anders dan in het bewaar tegen de bomenkap is haar bezwaar in dit geval dus wel ontvankelijk verklaard.
6.3.
Naar het oordeel van de rechtbank was dat echter niet terecht. Zoals hiervoor overwogen is de omstandigheid dat het bezwaarschrift is ingesteld namens personen van wie tijdens de bezwaarschriftentermijn de identiteit niet kenbaar is gemaakt, een vormverzuim dat niet kan worden hersteld. Dat de commissie bezwaarschriften gemachtigde daartoe wel de gelegenheid heeft geboden maakt dat niet anders. Dat betekent dat het college in de beslissing op bezwaar van 6 februari 2024 ten onrechte het bezwaarschrift voor zover ingediend door onder meer eiseres [eiseres 2] ontvankelijk heeft verklaard. Het college had eiseres [eiseres 2] en de anderen na afloop van de bezwaarschriftentermijn bekend gemaakte bezwaarmakers niet-ontvankelijk moeten verklaren. Nu het college dat niet heeft gedaan is het beroep weliswaar gegrond, maar alleen omdat het college eiseres [eiseres 2] ten onrechte ontvankelijk heeft verklaard.
Conclusie
6.4.
Gelet op het voorgaande is het beroep voor zover ingediend door anderen dan eiseres [eiseres 2] niet-ontvankelijk. Voor zover het beroep is ingediend door [eiseres 2] is het gegrond en zal de rechtbank de beslissing op bezwaar van 6 februari 2024 vernietigen. In het kader van een finale geschilbeslechting zal de rechtbank op grond van artikel 8:72, derde lid, onder b, van de Awb zelf in de zaak voorzien en bepalen dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde besluit. Dat betekent dat de bezwaarschrift van [eiseres 2] niet-ontvankelijk is omdat haar identiteit niet binnen de bezwaarschriftentermijn bekend is gemaakt.
6.5.
Omdat het beroep voor zover ingediend door eiseres [eiseres 2] gegrond is moet het college het griffierecht aan haar vergoeden. De rechtbank kent in deze procedure geen proceskosten toe voor de werkzaamheden van de gemachtigde omdat geen sprake is van door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.

Tot slot

7. Het voorgaande betekent dat de rechtbank niet kan toekomen aan een inhoudelijke bespreking van de in de beide procedures aangevoerde beroepsgronden.

Beslissing

De rechtbank:
  • verklaart het beroep in de procedure met zaaknummer 23/4489, voor zover ingediend door [familie 2] , [eiser 12] , [eiser 3] , [eiser 7] , niet-ontvankelijk;
  • verklaart het beroep voor zover ingediend door [eiser 1] , [familie 1] , [eiser 2] [eiseres 1], [familie 5], [eiser 8] , [eiser 9] , [eiser 10] , [familie 7], [familie 3] , [eiser 13] , [eiseres 3] en [eiser 14] , ongegrond;
  • verklaart het beroep voor zover ingediend door [eiseres 2] ongegrond;
  • verklaart het beroep in de procedure met zaaknummer 24/1701, voor zover ingediend door [eiser 3] , [eiser 5] , [eiser 4] , [eiseres 1] , [eiser 11] , [eiser 12] , [eiseres 4], [eiser 15], en [familie 4], niet-ontvankelijk;
  • verklaart het beroep voor zover ingediend door [eiseres 2] gegrond;
  • vernietigt de beslissing op bezwaar van 6 februari 2024;
  • bepaalt dat deze uitspraak in de plaats komt van het vernietigde besluit;
  • bepaalt dat het college het door [eiseres 2] betaalde griffierecht van € 187 aan haar vergoedt.
Deze uitspraak is gedaan door mr. G.A. van der Straaten, rechter, in aanwezigheid van mr. M.H. Dijkman, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.De omgevingsvergunning ziet op de activiteit “bouwen” zoals opgenomen in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder a van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (hierna: Wabo).
2.Uitspraak van de voorzieningenrechter van 12 april 2023 in de procedure met zaaknummer 23/1684, niet gepubliceerd.
3.ECLI:NL:RVS:2024:2136, rechtsoverweging 4.2.
4.Zie bijvoorbeeld de uitspraken van de Afdeling van 20 juli 2005, ECLI:NL:RVS:2005:AT9632, 13 april 2016, ECLI:NL:RVS:2016:980 en 20 juli 2016 ECLI:NL:RVS:2016:2031.
5.Uitspraak van de voorzieningenrechter van 12 april 2023 in de procedure met zaaknummer 23/1684, niet gepubliceerd.