ECLI:NL:RVS:2016:1168
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- A.B.M. Hent
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Vaststelling in hoger beroep over risico terugkeer Somalische asielzoekster naar Mogadishu
De vreemdeling, van Somalische nationaliteit en afkomstig uit Mogadishu, verzocht om een verblijfsvergunning asiel, welke op 23 december 2013 werd afgewezen door de staatssecretaris. De rechtbank verklaarde dit besluit op 29 december 2015 vernietigd en bepaalde dat een nieuw besluit moest worden genomen met inachtneming van haar overwegingen.
De staatssecretaris stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak, terwijl de vreemdeling incidenteel hoger beroep instelde. De Raad van State oordeelde dat het incidenteel hoger beroep van de vreemdeling ongegrond is. De staatssecretaris had in beroep nader gemotiveerd dat de vreemdeling bij terugkeer naar Mogadishu geen reëel risico loopt op een behandeling in strijd met artikel 3 EVRM Pro, mede op basis van het ambtsbericht van december 2014 en jurisprudentie van het EHRM en het Britse Upper Tribunal.
De Afdeling bestuursrechtspraak stelde vast dat de rechtbank ten onrechte de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit niet in stand had gelaten. De staatssecretaris had voldoende gemotiveerd dat terugkeer naar Mogadishu geen reëel risico oplevert voor de vreemdeling, ook rekening houdend met haar individuele omstandigheden. De Afdeling vernietigde het vonnis van de rechtbank voor zover het de rechtsgevolgen niet in stand liet en bepaalde dat deze rechtsgevolgen volledig in stand blijven.
De staatssecretaris werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van €496,00. De uitspraak werd gedaan door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 22 april 2016.
Uitkomst: De rechtsgevolgen van het besluit van 23 december 2013 blijven volledig in stand en het hoger beroep van de staatssecretaris wordt gegrond verklaard.