ECLI:NL:RVS:2015:2532
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- A.B.M. Hent
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank inzake afwijzing verblijfsvergunning asiel Somalië
De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie wees op 18 december 2014 een aanvraag van een Somaliër om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit, waarna de staatssecretaris hoger beroep instelde bij de Raad van State.
De staatssecretaris voerde aan dat de vreemdeling bij terugkeer naar Mogadishu geen reëel risico loopt op een schending van artikel 3 EVRM Pro, mede gelet op het ambtsbericht van december 2014. De rechtbank oordeelde echter dat de motivatie van de staatssecretaris ondeugdelijk was, met name over de mogelijke verdenking van spionage door Al-Shabaab.
De Raad van State overwoog dat de staatssecretaris onvoldoende rekening hield met het risico dat terugkeerders worden herkend en verdacht door Al-Shabaab, maar stelde vast dat dit de grief niet kon dragen. De Afdeling bevestigde daarom het vonnis van de rechtbank en veroordeelde de staatssecretaris tot vergoeding van proceskosten. Tevens werd gewezen op een nog te verschijnen nieuw ambtsbericht over de situatie in Mogadishu en de risico's voor terugkeerders.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt het vonnis van de rechtbank en vernietigt het besluit van de staatssecretaris tot afwijzing van de verblijfsvergunning asiel.