ECLI:NL:RVS:2014:4813
Raad van State
- Verzet
- D.A.C. Slump
- G.M.H. Hoogvliet
- J.W. van de Gronden
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bevoegdheid bestuursrechter bij verzoek om nadeelcompensatie na afwijzing baatbelasting
In deze zaak hebben opposanten verzet ingesteld tegen uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak die hun hoger beroepen tegen uitspraken van de rechtbank Maastricht kennelijk ongegrond verklaarden. De kern van het geschil betreft de bevoegdheid van de bestuursrechter om kennis te nemen van beroepen tegen de afwijzing van verzoeken om nadeelcompensatie na betaling van baatbelasting.
De Afdeling stelt vast dat de Wet nadeelcompensatie en schadevergoeding bij onrechtmatige besluiten (Wns) op dit geding van toepassing is, maar dat het overgangsrecht bepaalt dat het oude recht geldt. De Afdeling overweegt dat verzet zich beperkt tot de vraag of de Afdeling ten onrechte tot vereenvoudigde behandeling is overgegaan wegens kennelijke ongegrondheid.
De Afdeling bevestigt dat de weigering van een verzoek om terugbetaling van onverschuldigd betaalde baatbelasting niet vatbaar is voor beroep bij de belastingrechter of de algemene bestuursrechter, omdat deze niet bevoegd zijn. Opposanten stelden dat zij om nadeelcompensatie hadden verzocht en dat de bestuursrechter wel bevoegd zou zijn, maar de Afdeling oordeelt dat alleen de burgerlijke rechter bevoegd is. Dit volgt uit artikel 26 van Pro de Algemene wet inzake rijksbelastingen en de jurisprudentie van het Gerechtshof Arnhem en de Hoge Raad.
De Afdeling concludeert dat de rechtbank zich terecht onbevoegd heeft verklaard en dat de verzetten ongegrond zijn. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. De Afdeling verklaart de verzetten ongegrond en bevestigt daarmee de eerdere uitspraken.
Uitkomst: De verzetten tegen de uitspraken zijn ongegrond verklaard en de bestuursrechter is onbevoegd om te oordelen over verzoeken om nadeelcompensatie na afwijzing van baatbelasting.