ECLI:NL:RVS:2014:4771
Raad van State
- Hoger beroep
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging omgevingsvergunning voor aanbouw ondanks bezwaren over woongenot en privaatrechtelijke belemmeringen
Het college van burgemeester en wethouders van Leeuwarden verleende op 19 november 2012 een omgevingsvergunning voor het afwijken van het bestemmingsplan ten behoeve van een aanbouw op een perceel in Leeuwarden. Tegen dit besluit maakte appellant bezwaar, dat door het college werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Raad van State.
De aanbouw betreft een studeerkamer van circa 15 m² met een lengte van 5 meter op de erfgrens met het perceel van appellant. Het bouwplan leidt tot een overschrijding van de maximale toegestane oppervlakte volgens het bestemmingsplan. Het college heeft echter met toepassing van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) vergunning verleend, waarbij een belangenafweging is gemaakt.
Appellant stelde dat de aanbouw leidt tot een onevenredige aantasting van zijn woongenot, onder meer door verlies van uitzicht, lichtinval en privacy, en dat het straat- en bebouwingsbeeld wordt aangetast. Ook voerde hij aan dat privaatrechtelijke erfdienstbaarheden worden geschonden en dat alternatieve bouwlocaties minder bezwaren zouden opleveren. De Raad van State oordeelde dat het college in redelijkheid tot zijn besluit heeft kunnen komen, dat privaatrechtelijke belemmeringen niet evident zijn en dat alternatieven niet duidelijk minder bezwaren opleveren.
Verder werd het beroep op artikel 1 van Pro het Eerste Protocol bij het EVRM verworpen, omdat de vergunningverlening een regulering in het algemeen belang betreft met een goede belangenbalans. De Raad van State verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de omgevingsvergunning voor de aanbouw blijft in stand.