Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 29 september 2015 in de zaak tussen
[naam] , te Amsterdam, eiser
het algemeen bestuur van de bestuurscommissie Centrum, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
.
Rechtbank Amsterdam
Eiser huurt een woning met tuin in Amsterdam en plaatste in 2013 een tuinhuis zonder vergunning. Hij vroeg later legalisatie aan, maar dit werd door verweerder afgewezen omdat het tuinhuis deels op gronden met bestemming 'Groen' staat, waar bouwen niet is toegestaan, en deels op 'Tuin-1' waar de maximale toegestane oppervlakte 6 m2 is, terwijl het tuinhuis 11 m2 beslaat.
Verweerder handhaafde het besluit na bezwaar en verwees naar het bestemmingsplan 'Westelijke Binnenstad' en het Besluit omgevingsrecht, waarin onder meer wordt bepaald dat een bijbehorend bouwwerk in een beschermd stadsgezicht alleen vergunningvrij kan worden gebouwd als het op een erf ligt, wat hier niet het geval is. De rechtbank concludeerde dat het dagelijks bestuur van de bestuurscommissie bevoegd was het besluit te nemen, ondanks een formeel gebrek in de vermelding daarvan.
De rechtbank oordeelde dat het tuinhuis in strijd is met het bestemmingsplan en niet vergunningvrij kan worden opgericht. Ook de omvang van het tuinhuis overschrijdt de toegestane maat. De rechtbank vond dat verweerder in redelijkheid heeft kunnen besluiten de vergunning te weigeren en verklaarde het beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van de omgevingsvergunning voor het tuinhuis wordt ongegrond verklaard.