ECLI:NL:RVS:2014:2717
Raad van State
- Hoger beroep
- J.H. van Kreveld
- E.D.A.M. Zegveld
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid beroep wegens niet tijdig nemen dwangsombesluit
Appellant heeft bij de rechtbank beroep ingesteld wegens het niet tijdig nemen van een dwangsombesluit door de minister van Veiligheid en Justitie. De rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk omdat appellant de minister niet tijdig in gebreke had gesteld conform artikel 6:12, tweede lid, Awb. Appellant stelde dat de ingebrekestelling wel correct was en dat de rechtbank een nieuw vereiste had geïntroduceerd.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de ingebrekestelling niet voldeed aan de vereisten, omdat appellant geen referentienummer (CJIB-nummer) had vermeld, waardoor niet duidelijk was op welk besluit de ingebrekestelling betrekking had. De minister had meerdere malen verzocht om dit nummer te vermelden vanwege de grote hoeveelheid verzoeken.
De Afdeling verwierp het betoog van appellant dat de ingebrekestelling voldoende duidelijk was en bevestigde dat de brief van 27 december 2012 geen geldige ingebrekestelling vormde. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het beroep wegens het niet tijdig nemen van een dwangsombesluit wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een geldige ingebrekestelling.