ECLI:NL:RVS:2014:3474
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- A. Hammerstein
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing herziening voorschotten kinderopvangtoeslag 2008 en 2009
De Belastingdienst/Toeslagen heeft bij besluiten van 7 september 2012 de voorschotten kinderopvangtoeslag voor de jaren 2008 tot en met 2011 herzien en op nihil gesteld. Na bezwaar en beroep oordeelde de rechtbank Rotterdam dat de herziening over 2010 en 2011 onterecht was en dat voor 2009 de toeslag niet volledig op nihil had mogen worden gesteld omdat appellant een deel van de kosten had voldaan.
De Belastingdienst/Toeslagen stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak, terwijl appellant incidenteel hoger beroep instelde. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft het hoger beroep van de Belastingdienst gegrond verklaard en dat van appellant ongegrond. De uitspraak van de rechtbank werd bevestigd voor 2008 en vernietigd voor 2009.
De Afdeling oordeelde dat appellant niet aannemelijk heeft gemaakt dat de kinderopvang in 2008 en 2009 op basis van een schriftelijke overeenkomst heeft plaatsgevonden, zoals vereist volgens de Wet kinderopvang. Ook was onvoldoende bewijs geleverd van betaling van de kosten in 2008. Voor 2009 was het door appellant aangevoerde bewijs onvoldoende om aanspraak op toeslag te rechtvaardigen, mede omdat de Belastingdienst zich baseert op schriftelijke overeenkomsten en de daadwerkelijk betaalde bedragen.
De Afdeling verklaarde het beroep tegen het besluit van 20 november 2012 over 2009 ongegrond en bevestigde dat de toeslag terecht op nihil was gesteld. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De herziening van de kinderopvangtoeslag over 2009 is terecht op nihil gesteld; het beroep van appellant wordt ongegrond verklaard.