ECLI:NL:RVS:2014:4389
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- Rechtspraak.nl
Bevestiging rechtbankuitspraak over herziening voorschot kinderopvangtoeslag 2009
De Belastingdienst/Toeslagen stelde het aan appellant toegekende voorschot kinderopvangtoeslag over 2009 op nihil na herziening. Appellant maakte bezwaar, dat ongegrond werd verklaard. De rechtbank vernietigde dit besluit wegens onvoldoende motivering en het niet horen van appellant, maar handhaafde de rechtsgevolgen omdat appellant niet kon aantonen dat hij kosten voor kinderopvang had gemaakt.
Appellant voerde aan dat de Wko niet vereist dat hij zelf kosten maakt en dat hij wel kosten had gemaakt, onderbouwd met een verklaring van de gastouder en kwitanties. De Afdeling oordeelde dat contante betalingen onvoldoende waren onderbouwd met corresponderende bewijsstukken en dat de verklaring van de gastouder over bijkomende kosten onvoldoende bewijs vormde. Ook het betoog dat kosten als schenking waren kwijtgescholden faalde wegens gebrek aan bewijs.
Verder werd geoordeeld dat het vertrouwensbeginsel en de Awb-artikelen de herziening van het voorschot niet in de weg staan. De terugvordering van het voorschot is verplicht op grond van de Awir, zonder ruimte voor belangenafweging. De Afdeling verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd; appellant heeft geen aanspraak op kinderopvangtoeslag 2009.