ECLI:NL:RVS:2014:1311
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Minister onterecht toepassing Wet openbaarheid van bestuur bij verzoek inzage verkeersovertreding
De minister van Veiligheid en Justitie heeft een verzoek van een burger om documenten over een hem verweten verkeersovertreding toegewezen en een zaaksoverzicht verstrekt, maar het verzoek deels doorgezonden naar de Centrale Verwerking Openbaar Ministerie (CVOM). De minister verklaarde een bezwaar tegen deze handelwijze ongegrond, waarna de rechtbank Oost-Brabant dit besluit vernietigde en de minister opdroeg een nieuw besluit te nemen.
De minister stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. De Raad van State overwoog dat het verzoek om documenten niet op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) was gedaan, maar in het kader van een administratief beroep tegen een verkeersboete, waardoor artikel 7:18 lid 4 Awb Pro van toepassing is. De minister had het bezwaar daarom niet-ontvankelijk moeten verklaren in plaats van inhoudelijk te behandelen.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en de ministeriële besluiten, en verklaarde het bezwaar tegen de brief van de minister niet-ontvankelijk. Tevens veroordeelde de Raad de minister tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. Hiermee is bevestigd dat de minister de juiste procedure moet volgen bij verzoeken om documenten in het kader van administratief beroep.
Uitkomst: De minister heeft ten onrechte de Wob toegepast; het bezwaar is niet-ontvankelijk verklaard en de ministeriële besluiten zijn vernietigd.