ECLI:NL:RVS:2014:1082
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H. Troostwijk
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake intrekking verblijfsvergunning wegens niet tijdig bezwaar
Bij besluit van 16 juli 2010 trok de minister van Justitie de verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd van de vreemdeling in. De vreemdeling diende bezwaar in, maar dit werd niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond en vernietigde het besluit, waarbij de staatssecretaris werd opgedragen een nieuw besluit te nemen.
De staatssecretaris ging in hoger beroep en stelde dat de vreemdeling niet tijdig bezwaar had kunnen maken omdat hij geen nieuw adres had doorgegeven, waardoor het besluit naar het laatst bekende adres werd gestuurd. De Raad van State oordeelde dat de vreemdeling verplicht was het adres te wijzigen volgens artikel 4.37 van het Vreemdelingenbesluit 2000 en dat het risico van het niet ontvangen van het besluit voor zijn rekening kwam.
De Raad van State vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het besluit tot intrekking van de verblijfsvergunning blijft in stand.