Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 31 mei 2018 in de zaak tussen
[eiseres], eiseres, V-nummer [V-nummer]
Procesverloop
.
Rechtbank Den Haag
Eiseres, houdster van een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd, kreeg deze vergunning ingetrokken bij besluit van 23 december 2014. Zij diende pas op 14 juli 2017 bezwaar in, ruim na de wettelijke termijn van vier weken. Verweerder verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk wegens te late indiening. Eiseres voerde aan niet op de hoogte te zijn gesteld van het besluit en dat verweerder onzorgvuldig had gehandeld door niet te onderzoeken of zij op de alternatieve adressen bereikbaar was.
De rechtbank oordeelde dat verweerder het besluit correct had verzonden naar het laatst bekende adres volgens de Basisregistratie Personen, en dat eiseres op grond van artikel 4.37 Vreemdelingenbesluit verplicht was adreswijzigingen door te geven. De melding van de dochter van eiseres was onvoldoende om te concluderen dat verweerder op de hoogte was van een nieuw adres. De termijn voor bezwaar was derhalve niet verschoonbaar overschreden.
De rechtbank wees het beroep af en zag geen aanleiding voor proceskostenvergoeding. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaarschrift wegens te late indiening is ongegrond verklaard.