ECLI:NL:RVS:2013:CA0887
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H. Troostwijk
- A.B.M. Hent
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering verblijfsvergunning asiel wegens verbeterde veiligheidssituatie in Mogadishu
De vreemdeling heeft beroep ingesteld tegen de weigering van een verblijfsvergunning asiel door de staatssecretaris, gebaseerd op artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3, van de Vreemdelingenwet 2000. De voorzieningenrechter had dit beroep ongegrond verklaard en de vreemdeling ging hiertegen in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De vreemdeling stelde dat de veiligheidssituatie in Mogadishu nog steeds slecht is en dat er sprake is van een situatie die bescherming vereist tegen willekeurig geweld. Zij overlegde diverse rapporten en nieuwsberichten die de aanhoudende onveiligheid en aanslagen bevestigen. De staatssecretaris voerde aan dat de situatie sinds 2011 aanzienlijk is verbeterd, met name door de terugtrekking van Al-Shabaab uit de meeste districten, waardoor het risico op willekeurig geweld voor burgers aanzienlijk is afgenomen.
De Afdeling overwoog dat het beleid en de jurisprudentie vereisen dat bescherming op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3, alleen wordt toegekend bij een uitzonderlijke situatie van ernstig willekeurig geweld. Gelet op de feiten en het ambtsbericht is vastgesteld dat de veiligheidssituatie in Mogadishu is verbeterd en dat het geweld nu vooral gericht is tegen autoriteiten en niet meer willekeurig tegen burgers. De terugkeer van veel inwoners en de heropleving van het stadsleven bevestigen deze verbetering.
Daarom is het hoger beroep ongegrond verklaard en is de weigering van de verblijfsvergunning bevestigd. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de verblijfsvergunning asiel wordt bevestigd.