ECLI:NL:RVS:2013:BZ4937
Raad van State
- Tussenuitspraak bestuurlijke lus
- D.A.C. Slump
- A.B.M. Hent
- D.J.C. van den Broek
- Rechtspraak.nl
Raad van State oordeelt over terugwerkende kracht ongeldigverklaring kentekenregistraties bij identiteitsfraude
Appellant verzocht de RDW om onjuiste kentekenregistraties, die met behulp van een vermist rijbewijs op zijn naam zijn gesteld, met terugwerkende kracht te laten vervallen wegens identiteitsfraude. De RDW wees dit verzoek af met het argument dat correctie via een andere procedure moest plaatsvinden en dat terugwerkende kracht slechts bij hoge uitzondering wordt verleend.
De rechtbank vernietigde een eerder besluit van de RDW en beval een nieuwe beslissing, waarna appellant hoger beroep instelde tegen de afwijzing van zijn verzoek. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State overwoog dat het recht op privéleven van appellant, beschermd door artikel 8 EVRM Pro, was geschonden door het uitblijven van snelle en terugwerkende correctie.
De Afdeling verwees naar het arrest van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens in de zaak Romet tegen Nederland, waarin werd geoordeeld dat de overheid een positieve verplichting heeft om snelle administratieve maatregelen te nemen om misbruik van een rijbewijs te voorkomen.
De Afdeling concludeerde dat het besluit van 24 januari 2012 in strijd is met de artikelen 3:2 en 7:12 van de Algemene wet bestuursrecht en droeg de RDW op binnen acht weken het gebrek te herstellen door alsnog te onderzoeken of de feiten juist zijn en zo nodig het besluit te wijzigen of een nieuw besluit te nemen, met inachtneming van de terugwerkende kracht.
De zaak betreft de bescherming van het recht op privéleven bij identiteitsfraude en de juiste toepassing van bestuursrechtelijke procedures voor kentekenregistraties.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak verklaart het hoger beroep ongegrond maar draagt de RDW op binnen acht weken het besluit te herzien met terugwerkende kracht.