ECLI:NL:RVS:2013:520
Raad van State
- Hoger beroep
- D.A.C. Slump
- A.B.M. Hent
- D.J.C. van den Broek
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit RDW over verzoek appellant wegens schending recht op privéleven
Appellant verzocht de RDW om een besluit, dat op 18 maart 2011 werd genomen en later bij besluiten van 20 juli 2011 en 30 november 2011 werd gehandhaafd. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen deze besluiten gegrond en vernietigde het besluit op bezwaar, waarna de RDW een nieuw besluit moest nemen.
De RDW nam op 24 januari 2012 een wijzigingsbesluit dat het eerdere besluit handhaafde, maar met een verbeterde motivering. Dit besluit werd aangevochten en de Afdeling bestuursrechtspraak stelde vast dat het besluit in strijd was met de artikelen 3:2 en 7:12 van de Awb. De RDW werd opgedragen het gebrek te herstellen.
Na een tussenuitspraak verklaarde de RDW bij besluit van 2 mei 2013 alsnog het bezwaar van appellant gegrond en verviel de tenaamstelling van voertuigen op zijn naam. De Afdeling oordeelde dat appellant hierdoor geen belang meer had bij het beroep tegen dat besluit.
De Afdeling bevestigde de eerdere uitspraak, verklaarde het beroep tegen het besluit van 24 januari 2012 gegrond en vernietigde dat besluit. Tevens werd de RDW veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit van 24 januari 2012 is gegrond verklaard en dat besluit is vernietigd, terwijl het latere besluit van 2 mei 2013 het bezwaar alsnog gegrond verklaarde.