ECLI:NL:RVS:2015:95
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- C.J. Borman
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging boete wegens overtreding Wet arbeid vreemdelingen ondanks beroep op standstill-bepalingen
De zaak betreft een hoger beroep van een besloten vennootschap tegen een boete van €16.000 die door de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid is opgelegd wegens overtreding van artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav). De boete is opgelegd nadat tijdens een controle twee Turkse vreemdelingen zonder geldige tewerkstellingsvergunning arbeid verrichtten.
De appellant voerde aan dat de standstill-bepalingen uit de Europese Associatieovereenkomst met Turkije van toepassing zijn en dat de boete onterecht is omdat de vreemdelingen geen illegaal verblijf hadden of dat de vergunningplicht een nieuwe verboden beperking vormde. De Raad van State analyseerde uitgebreid de jurisprudentie van het Hof van Justitie van de EU, waaronder het arrest Demir, en concludeerde dat voor een beroep op de standstill-bepalingen vereist is dat de vreemdeling zowel legaal verblijf als legale arbeid heeft. Dit was niet het geval voor vreemdeling 1, en voor vreemdeling 2 vormde het twv-vereiste geen nieuwe beperking.
Verder oordeelde de Raad dat de vreemdelingen werknemer waren in de zin van artikel 45 VWEU Pro en dat het beroep dat zij slechts hand- en spandiensten om niet verrichtten feitelijk niet klopt. De rechtbank had de boete terecht niet gematigd. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd, met een verbetering van de motivering.
Uitkomst: De boete van €16.000 wegens overtreding van de Wav wordt bevestigd, het beroep op standstill-bepalingen faalt.