ECLI:NL:RVS:2013:2333
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- M.G.J. Parkins-de Vin
- R. van der Spoel
- Rechtspraak.nl
Vaststelling afwijzing wijziging verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd wegens onvoldoende bijzondere omstandigheden
De minister voor Immigratie en Asiel wees op 22 juli 2011 de aanvraag van de vreemdeling af om wijziging van de beperking van haar verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en bepaalde dat de minister opnieuw moest beslissen. De minister stelde hoger beroep in bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelde dat de minister een ruime beoordelingsvrijheid heeft bij het toekennen van een verblijfsvergunning op grond van artikel 3.52 van het Vreemdelingenbesluit 2000. De rechtbank had ten onrechte een intensieve beoordeling van de geloofwaardigheid van de vreemdeling geëist. De vreemdeling had onvoldoende aannemelijk gemaakt dat zij bij terugkeer in haar land van herkomst represailles of vervolging te vrezen had.
Verder kon de vreemdeling niet aantonen dat bijzondere individuele omstandigheden bestonden die verblijf in Nederland rechtvaardigen. De motivering van de minister was voldoende, ook met betrekking tot de psychische problematiek en maatschappelijke integratie. Het hoger beroep van de minister werd gegrond verklaard, het beroep van de vreemdeling ongegrond en het vonnis van de rechtbank vernietigd.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het vonnis van de rechtbank vernietigd.