ECLI:NL:RVS:2014:1785
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- A.W.M. Bijloos
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Vaststelling dat bijzondere individuele omstandigheden verblijf in Nederland niet rechtvaardigen bij weigering wijziging verblijfsvergunning
De vreemdeling verzocht om wijziging van de beperking van haar verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd, welke aanvraag door de minister werd afgewezen. De rechtbank had het besluit vernietigd en de staatssecretaris opgedragen een nieuw besluit te nemen. De staatssecretaris ging in hoger beroep tegen deze uitspraak.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State overwoog dat de staatssecretaris een ruime beoordelingsvrijheid heeft bij de toepassing van artikel 3.52 van het Vreemdelingenbesluit 2000. De rechtbank had ten onrechte geoordeeld dat het besluit ondeugdelijk was gemotiveerd en dat medisch advies van het Bureau Medische Advisering noodzakelijk was. De Afdeling stelde vast dat de staatssecretaris de zorg voor de in Nederland geboren zoon van de vreemdeling voldoende had meegewogen en dat medische aspecten binnen het beleid passend waren beoordeeld.
De vreemdeling stelde risico op represailles en onvoldoende bescherming in Nigeria aan de orde, evenals haar integratie in Nederland. De staatssecretaris stelde daar tegenover dat de vreemdeling onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat terugkeer niet van haar kon worden gevergd, mede gelet op de mogelijkheden tot bescherming en maatschappelijke herintegratie in Nigeria.
De Afdeling concludeerde dat de staatssecretaris zich in redelijkheid op zijn standpunt kon stellen en verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het besluit tot weigering van wijziging van de verblijfsvergunning wordt bevestigd.