ECLI:NL:RVS:2014:2460
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- R. van der Spoel
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Vaststelling afwijzing wijziging verblijfsvergunning wegens onvoldoende bijzondere omstandigheden
De vreemdelingen verzochten om wijziging van de beperking van hun verblijfsvergunningen regulier voor bepaalde tijd, welke door de minister voor Immigratie, Integratie en Asiel op 25 juni 2012 werden afgewezen. De staatssecretaris verklaarde het bezwaar ongegrond en de rechtbank Den Haag vernietigde dit besluit op 29 januari 2014, waarbij zij de staatssecretaris opdroeg een nieuw besluit te nemen.
De staatssecretaris stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. De Raad van State oordeelde dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat de staatssecretaris onvoldoende had onderzocht of opvang en hervestiging in Nigeria mogelijk was, en dat de staatssecretaris terecht had vastgesteld dat er opvangmogelijkheden zijn voor vrouwen en kinderen die risico lopen op besnijdenis of mensenhandel.
De Raad concludeerde dat de vreemdelingen onvoldoende aannemelijk hadden gemaakt dat zij geen opvang konden verkrijgen in Nigeria en dat de medische omstandigheden en het belang van de in Nederland geboren kinderen niet zodanig waren dat het besluit in strijd was met artikel 8 EVRM Pro. Het beroep van de vreemdelingen werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd.
Uitkomst: De Raad van State vernietigt het vonnis van de rechtbank en verklaart het beroep van de vreemdelingen ongegrond.