ECLI:NL:RVS:2014:1203
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins de Vin
- H. Troostwijk
- A.B.M. Hent
- Rechtspraak.nl
Vaststelling van afwijzing verblijfsvergunning na bezwaar en beroep in vreemdelingenrecht
De zaak betreft het hoger beroep van de staatssecretaris tegen een uitspraak van de rechtbank die het bezwaar van een vreemdeling tegen de afwijzing van haar aanvraag voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd gegrond had verklaard. De vreemdeling had een verblijfsvergunning aangevraagd op grond van bijzondere individuele omstandigheden, waaronder haar situatie als alleenstaande moeder en haar verleden als slachtoffer van mensenhandel.
De rechtbank had het bezwaar gegrond verklaard en het besluit vernietigd, maar de Raad van State oordeelt dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat het besluit van de staatssecretaris onzorgvuldig was voorbereid en onvoldoende gemotiveerd. De Raad benadrukt de ruime beoordelingsvrijheid van de staatssecretaris bij de toepassing van artikel 3.52 van het Vreemdelingenbesluit 2000.
De Raad stelt vast dat de staatssecretaris terecht heeft geoordeeld dat de vreemdeling niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij in Sierra Leone geen sociaal-maatschappelijke herintegratie kan vinden, mede gelet op de ondersteuning die via de IOM en SMT mogelijk is. Ook de vrees voor represailles en de godsdienstvrijheid bieden volgens de Raad geen grond voor verblijf. Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning bevestigd.