ECLI:NL:RVS:2012:BX8721
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- G. van der Wiel
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank over vreemdelingenbewaring asielzoeker wegens onvoldoende motivering risico uitzetting
De vreemdeling werd op 18 april 2012 in vreemdelingenbewaring gesteld vanwege het risico dat hij zich aan uitzetting zou onttrekken, omdat hij geen vaste woon- of verblijfplaats had en onvoldoende middelen van bestaan. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en kende hem schadevergoeding toe, maar oordeelde dat de bewaring niet onrechtmatig was opgelegd.
In hoger beroep stelde de vreemdeling dat de rechtbank ten onrechte niet had getoetst of de bewaringsgronden voldoende waren gemotiveerd en dat het onderzoek naar de echtheid van documenten geen grond voor bewaring kon zijn. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de rechtbank niet had onderkend dat het ontbreken van een vaste woon- of verblijfplaats en middelen van bestaan niet automatisch betekent dat de vreemdeling zich aan uitzetting zal onttrekken, zeker niet voor asielzoekers. Een nadere persoonsgebonden toelichting was vereist.
De Afdeling vernietigde de uitspraak van de rechtbank, verklaarde het beroep gegrond en kende de vreemdeling een vergoeding toe over de periode van 18 tot 25 april 2012, toen de bewaring werd opgeheven. Tevens werd de minister veroordeeld tot vergoeding van proceskosten. De uitspraak benadrukt het belang van een zorgvuldige en persoonsgerichte motivering bij het opleggen van vreemdelingenbewaring.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en de vreemdeling krijgt een vergoeding toegekend wegens onrechtmatige bewaring.