ECLI:NL:RVS:2002:AE3706
Raad van State
- Hoger beroep
- B. van Wagtendonk
- M. Vlasblom
- M.G.J. Parkins-de Vin
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vreemdelingenbewaring wegens gevaar voor openbare orde ondanks bezwaar appellant
Appellant werd op 26 november 2001 in vreemdelingenbewaring gesteld vanwege het ontbreken van rechtmatig verblijf en het belang van de openbare orde. De maatregel was gebaseerd op artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 en werd gemotiveerd met het vermoeden van betrokkenheid bij een strafbaar feit.
De rechtbank had ambtshalve de grond van verdenking van een misdrijf toegevoegd aan de bewaringsgrond, hetgeen appellant betwistte. De Raad van State oordeelde dat de rechtbank dit niet had mogen doen omdat artikel 8:69 van Pro de Algemene wet bestuursrecht niet ziet op het aanvullen van gronden waarop het besluit berust.
Desondanks werd de bewaring niet vernietigd omdat vaststond dat appellant geen rechtmatig verblijf had en verdacht werd van een strafbaar feit, wat het belang van de openbare orde kon rechtvaardigen. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalde omdat appellant dit niet concreet had gemaakt.
De Raad van State bevestigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep kennelijk ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de vreemdelingenbewaring en verklaart het hoger beroep kennelijk ongegrond.