ECLI:NL:RVS:2012:BW4347
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- M.G.J. Parkins de Vin
- R. van der Spoel
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake ongewenstverklaring voormalig KhAD/WAD-officier
De zaak betreft het hoger beroep van de minister tegen een uitspraak van de rechtbank die het besluit tot ongewenstverklaring van een vreemdeling, voormalig officier van de KhAD/WAD, deels vernietigde. De minister had de vreemdeling ongewenst verklaard op grond van het ambtsbericht van februari 2000, waarin werd gesteld dat alle (onder)officieren van de KhAD/WAD betrokken waren bij ernstige mensenrechtenschendingen.
De rechtbank had geoordeeld dat er concrete aanknopingspunten bestonden om aan de juistheid van dit ambtsbericht te twijfelen, mede op basis van een UNHCR-note en brieven van de UNHCR uit 2009 en 2010. De Raad van State oordeelt echter dat deze brieven en de UNHCR-note onvoldoende objectieve, onafhankelijke en betrouwbare bronnen bevatten om het ambtsbericht te betwijfelen.
Verder heeft de vreemdeling aangevoerd dat hij bij terugkeer naar Afghanistan een reëel risico loopt op schending van artikel 3 EVRM Pro, mede vanwege zijn verleden en persoonlijke omstandigheden. De Raad van State stelt dat de minister dit standpunt voldoende heeft gemotiveerd en dat de vreemdeling onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat er een reëel risico bestaat.
Ook het beroep op artikel 8 EVRM Pro inzake gezinsleven in Nederland wordt verworpen, omdat het algemeen belang van de bescherming van de openbare orde prevaleert en er geen objectieve belemmeringen zijn om gezinsleven buiten Nederland te hebben.
De Raad van State verklaart het hoger beroep van de minister gegrond, vernietigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het beroep van de vreemdeling ongegrond.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd.