ECLI:NL:RVS:2011:BS1678
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H. Troostwijk
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bewijs duurzame relatie bij verblijf vreemdeling partner burger EU
De zaak betreft een hoger beroep tegen een besluit van de minister van Justitie dat een aanvraag van een vreemdeling om verblijf als partner van een burger van de Europese Unie heeft afgewezen. De vreemdeling stelde dat hij een duurzame relatie onderhoudt met een burger van de Unie die gebruikmaakt van zijn recht op vrij verkeer.
De minister hanteerde het beleid dat een duurzame relatie alleen wordt aangenomen indien de partners ten minste zes maanden een gezamenlijke huishouding voeren, waarbij een inschrijving in de gemeentelijke basisadministratie (GBA) als bewijs wordt verlangd. De minister erkende dat in bijzondere gevallen hiervan kan worden afgeweken, maar kon geen voorbeelden noemen.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de richtlijn 2004/38/EG niet in de weg staat aan het stellen van een termijn van zes maanden en een samenwoonvereiste, maar dat het beleid van de minister te strikt is door uitsluitend een GBA-inschrijving of geboorte van een kind als bewijs te accepteren. Dit belemmert in bepaalde gevallen de uitoefening van het verblijfsrecht van familieleden van EU-burgers. Het hoger beroep van de minister werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de voorzieningenrechter bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep van de minister wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de voorzieningenrechter bevestigd.