ECLI:NL:RVS:2011:BR2279
Raad van State
- Hoger beroep
- R.G. Vlasblom
- W.G. De Vries
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing weigering exploitatievergunning seksinrichtingen op grond van Wet bibob
De burgemeester van Alkmaar weigerde op 27 oktober 2008 een nieuwe exploitatievergunning voor seksinrichtingen aan [N.] en anderen, onder verwijzing naar ernstig gevaar dat de vergunning zou worden gebruikt voor witwassen en strafbare feiten, gebaseerd op adviezen van het Bureau bevordering integriteitsbeoordelingen (BIBOB) en onderzoek van de FIOD-ECD.
De rechtbank vernietigde de besluiten vanwege onvoldoende aannemelijkheid van het gevaar en procedurele fouten, zoals het onterecht ontvankelijk verklaren van een bezwaar van [R. G.]. De Raad van State oordeelde dat de rechtbank ten onrechte het strafbare feit witwassen niet onder artikel 3 Wet Pro bibob begreep en dat het bestuursorgaan wel zelfstandig onderzoek mag doen en andere adviseurs mag inschakelen dan het Bureau.
De Raad bevestigde dat het bestuursorgaan zich op het standpunt mag stellen dat panden zijn gekocht met crimineel geld en dat er een zakelijk samenwerkingsverband bestaat tussen betrokkenen. Hoewel het opsporingsonderzoek niet was afgerond, mocht het bestuursorgaan uitgaan van de adviezen van het Bureau mits deze zorgvuldig en gemotiveerd zijn.
De Raad oordeelde dat de burgemeester onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat panden met losgeld van de Heinekenontvoering of drugsgelden waren gekocht, mede door onvoldoende aanvullend onderzoek. Het bezwaar van [R. G.] werd gegrond verklaard wegens onterecht niet-ontvankelijkheid. De overige hoger beroepen werden ongegrond verklaard, met verbetering van de motivering van de rechtbank.
Het besluit van 26 oktober 2010, waarin de burgemeester opnieuw op bezwaar besliste, werd deels vernietigd vanwege de ontvankelijkheid van het bezwaar van [R. G.]. De overige bezwaren werden ongegrond verklaard. De uitspraak bevat een uitgebreide analyse van de toepassing van de Wet bibob, de rol van het Bureau, en de bewijslast bij vermoedens van witwassen en strafbare feiten.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de weigering van de vergunning en verbetert de motivering van de rechtbank, verklaart het bezwaar van R.G. ontvankelijk en wijst de overige hoger beroepen af.