ECLI:NL:RVS:2011:BP9273
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- C.J. Borman
- A.B.M. Hent
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing aanvraag machtiging tot voorlopig verblijf wegens overschrijding nareistermijn
De zaak betreft het hoger beroep van een vreemdeling tegen de afwijzing van een aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv). De aanvraag werd ingediend na het verstrijken van de wettelijke nareistermijn van drie maanden, zoals voorgeschreven in artikel 29, eerste lid, aanhef en onder e, van de Vreemdelingenwet 2000.
De rechtbank had het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard en de Raad van State bevestigt deze uitspraak. De Afdeling bestuursrechtspraak overweegt dat de nareistermijn een strikt wettelijk vereiste is en dat de beperkte reikwijdte van de toelatingsgronden in artikel 29 Vw Pro 2000 geen ruimte laat voor een analoge toepassing van artikel 6:9, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) om de termijn te versoepelen.
De Raad van State benadrukt dat het beleid dat de indiening van een aanvraag tot verlening van een mvv binnen de termijn als tijdig beschouwd, een versoepeling ten gunste van de vreemdeling is, maar dat dit niet verder kan worden uitgebreid. Het hoger beroep wordt daarom ongegrond verklaard en de afwijzing van de aanvraag bevestigd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de afwijzing van de aanvraag mvv wegens overschrijding van de nareistermijn.