ECLI:NL:RVS:2010:BL3890
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- T.M.A. Claessens
- B. van Wagtendonk
- Rechtspraak.nl
Vaststelling voortvarendheid bij vreemdelingenbewaring en uitzetting ondanks voorlopige voorziening
De zaak betreft het hoger beroep van de staatssecretaris van Justitie tegen een uitspraak van de rechtbank 's-Gravenhage die de inbewaringstelling van een vreemdeling wegens ongewenstverklaring onrechtmatig achtte en de maatregel opheefde. De vreemdeling was in vreemdelingenbewaring gesteld vanwege een veroordeling voor een misdrijf, het ontbreken van een identiteitsdocument en het niet naleven van een vertrektermijn.
De rechtbank had de belangen van de vreemdeling zwaarder laten wegen dan het belang van de maatregel en de voortvarendheid van de staatssecretaris betwijfeld, mede omdat de uitzetting op dat moment niet kon doorgaan en de vreemdeling was opgenomen in het project "Perspectief". De staatssecretaris stelde dat de rechtbank ten onrechte zijn belangenafweging zonder terughoudendheid had beoordeeld.
De Afdeling bestuursrechtspraak vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond. Zij oordeelde dat de staatssecretaris alle noodzakelijke voorbereidingen voor de uitzetting had getroffen en dat het niet mogelijk was verdere handelingen te verrichten zolang de voorlopige voorziening van kracht was. Hierdoor was geen sprake van een tekortschieten in voortvarendheid.
Het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 5 februari 2010.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en de maatregel van vreemdelingenbewaring blijft gehandhaafd.