Uitspraak
200707198/1heeft de Afdeling overwogen dat de enkele omstandigheid dat voor een bestemming geen nadere voorschriften in het bestemmingsplan zijn opgenomen, niet met zich brengt dat het gebruik dat van gronden of de zich daarop bevindende opstallen wordt gemaakt, niet aan die bestemming kan worden getoetst. Nu artikel IX.1, eerste lid, van de planvoorschriften uitdrukkelijk een verbod behelst om de op de in het plan begrepen gronden tot stand gekomen en nog op te richten opstallen te gebruiken op een wijze of tot een doel, strijdig met de in het plan aan die gronden gegeven bestemmingen, en voorts in artikel I.1, aanhef en onder n, een definitie is gegeven van het begrip recreatiewoonverblijven die duidelijk maakt wat de planwetgever onder dat begrip verstaat en die derhalve gebruikt kan worden bij de uitleg van de bestemming "Recreatiewoonverblijvenbedrijven", bestaat geen grond voor het oordeel dat de rechtszekerheid zich tegen toepassing van het hiervoor bedoelde gebruiksverbod verzet."
200500395/1), is dit blijkens de brief van de Staatssecretaris van Financiën aan de vaste commissies voor VROM en voor Financiën van de Tweede Kamer der Staten Generaal van 17 augustus 2001 alleen toegestaan indien de woning de belastingplichtige duurzaam als hoofdverblijf dient.