ECLI:NL:RVS:2009:BH4185
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- M.G.J. Parkins de Vin
- T.M.A. Claessens
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing medische vrijstelling mvv-vereiste bij vreemdeling
De zaak betreft een vreemdeling die een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd met de beperking 'medische behandeling' aanvraagt, waarbij vrijstelling van het mvv-vereiste wordt betwist. De staatssecretaris wees de aanvraag af en verklaarde het bezwaar ongegrond. De rechtbank oordeelde dat het besluit op een onvolledig medisch advies was gebaseerd en vernietigde het besluit.
De Raad van State bevestigt dat het Bureau Medische Advisering (BMA) onvoldoende heeft onderzocht of de noodzakelijke veilige en vertrouwde omgeving voor behandeling in Armenië of Georgië aanwezig is, zoals door de behandelend psychiater gesteld. Tevens is onvoldoende gegarandeerd dat bij verwijdering een directe overdracht aan een arts plaatsvindt en de medische behandeling wordt voortgezet.
De staatssecretaris voerde aan dat het BMA-advies correct was geïnterpreteerd en dat de medische situatie in het land van herkomst bepalend is, maar deze grieven faalden. Het hoger beroep is daarom ongegrond verklaard en de proceskosten worden aan de staatssecretaris opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.