ECLI:NL:RVS:2008:BF0506
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- M.G.J. Parkins-de Vin
- T.M.A. Claessens
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit staatssecretaris inzake toepassing artikel 64 Vreemdelingenwet 2000 wegens onvoldoende motivering medische behandeling
De vreemdeling had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning voor medische behandeling, welke was afgewezen. De staatssecretaris weigerde toepassing van artikel 64 Vreemdelingenwet Pro 2000, dat uitzetting opschort bij medische belemmeringen. Het Bureau Medische Advisering (BMA) had geadviseerd dat de vreemdeling onder begeleiding kon reizen, maar dat na aankomst in het land van herkomst de behandeling gegarandeerd moest worden.
De staatssecretaris baseerde zijn besluit op het advies van het BMA en de toezegging dat de Dienst Terugkeer & Vertrek (DT&V) toeziet op naleving van voorwaarden. De Raad van State oordeelt echter dat onvoldoende is onderzocht of de overdracht en voortzetting van de behandeling in het land van herkomst daadwerkelijk mogelijk is, omdat het advies alleen de beschikbaarheid van medische zorg in technische zin betrof, niet de individuele toegankelijkheid.
Hierdoor is het besluit onzorgvuldig voorbereid en niet deugdelijk gemotiveerd. De Raad van State verklaart het hoger beroep gegrond, vernietigt het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank, en veroordeelt de staatssecretaris tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het besluit van de staatssecretaris wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering omtrent de medische behandeling na uitzetting.