ECLI:NL:RVS:2008:BC9032
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking verklaring van geen bezwaar wegens vuurwapenbezit
De minister van Binnenlandse Zaken heeft op 13 oktober 2005 de verklaring van geen bezwaar van appellant ingetrokken omdat uit het Justitieel Documentatieregister bleek dat appellant op 29 juni 2001 was veroordeeld voor het bezit van een vuurwapen en munitie. Appellant voerde onder meer aan dat hij voorafgaand aan het besluit niet was gehoord en dat de termijn van acht jaar onredelijk was.
De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep van appellant ongegrond en de Raad van State bevestigt deze uitspraak. De Raad oordeelt dat het horen van appellant in bezwaar via een conference call voldoet aan de beginselen van goede procesorde. Tevens is de termijn van acht jaar, zoals opgenomen in de beleidsregel, niet onredelijk geacht vanwege het zwaarwegende belang van de nationale veiligheid.
De minister mocht op grond van artikel 10 van Pro de Wet veiligheidsonderzoeken (Wvo) de verklaring intrekken omdat onvoldoende waarborgen aanwezig waren dat appellant zijn vertrouwensfunctie getrouw zou vervullen. Het beleid van de minister om in dergelijke gevallen de verklaring in te trekken wordt als rechtmatig beschouwd. Appellants argumenten over bijzondere omstandigheden en belangenafweging zijn door de Raad verworpen. De intrekking en de weigering tot afgifte van een nieuwe verklaring zijn daarmee terecht.
Uitkomst: De intrekking van de verklaring van geen bezwaar wordt bevestigd en het hoger beroep van appellant wordt ongegrond verklaard.