ECLI:NL:RBROT:2010:BX4224
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling boete wegens overtreding rookverbod in horeca zonder personeel
Eiser, mede-eigenaar van een vennootschap onder firma die een horecagelegenheid zonder personeel exploiteert, kreeg een boete van €300 opgelegd wegens het niet instellen, aanduiden en handhaven van een rookverbod. Na het uitblijven van een beslissing op bezwaar stelde eiser beroep in. De rechtbank oordeelde dat verweerder alsnog tijdig op het bezwaar had beslist en dat eiser geen belang meer had bij het beroep tegen het niet tijdig beslissen.
De rechtbank stelde vast dat de horecagelegenheid onder de categorie horeca zonder personeel valt en dat de boete terecht aan eiser kon worden opgelegd. De rechtbank verwierp het verweer dat het rookverbod niet rechtsgeldig was gebaseerd, verwijzend naar uitspraken van de Hoge Raad en het Gerechtshof. Ook het betoog dat er geen hinder of overlast was vastgesteld werd verworpen, aangezien organoleptisch onderzoek voldoende was en de vaststellingen van de controleurs niet waren betwist.
Verder oordeelde de rechtbank dat verweerder niet verplicht was eiser telefonisch te horen en dat het uitnodigen voor een hoorzitting op het kantooradres niet in strijd was met de goede procesorde. Het beroep tegen het bestreden besluit werd ongegrond verklaard, maar eiser kreeg wel het betaalde griffierecht vergoed vanwege het niet tijdig beslissen.
Uitkomst: Het beroep tegen de boete wegens overtreding van het rookverbod wordt ongegrond verklaard en het griffierecht wordt aan eiser vergoed.